Topic outline

  • Theorie Eerste Hulp aan Kinderen

    Iedereen die zelf kinderen heeft, hen verzorgt of met hen werkt, kent de onbedwingbare nieuwsgierigheid waarmee ze stap voor stap de wereld om zich heen verkennen en ontdekken. Door, letterlijk en figuurlijk, te vallen en weer op te staan, leert het kind te lopen.

    Door onprettige ervaringen, zoals zich stoten of het in contact komen met hete voorwerpen ontdekt het kind de kwaliteit van zijn omgeving en leert het zijn kwetsbaarheid kennen. Het kind wordt kortom door schade en schande wijs

    Het is niet ondenkbaar dat het kind zichzelf tijdens deze ontdekkingstocht in gevaar brengt. Door zijn natuurlijke, gezonde nieuwsgierigheid is een kind u meestal een stapje voor.

    Realiseert u zich echter ook dat u niet alles kunt voorkomen. Daarom is het ook van belang dat u weet wat te doen bij ongevallen waarbij een kind betrokken is. In situaties zoals verstikking of verdrinking, kan uw helpende actie levensreddend zijn.

    Geef je vandaag nog op voor de cursus

    • Waar hebben we het over?

      Het Verdrag inzake de rechten van het kind omschrijft kinderen als iedereen met een leeftijd onder de 18 jaar.

      In het alledaagse spraakgebruik spreekt men tot een leeftijd van 12-14 jaar van 'kinderen' en daarna van 'jongere', 'tiener' of 'puber'.

      In de ontwikkelingspsychologie spreekt men niet meer van pubers en puberteit maar van 'adolescenten' en adolescentie.

      Het begrip jeugd omvat de hele periode van de kindertijd tot aan de volwassenheid, en is ook een verzamelnaam voor kinderen/jongeren. Soms wordt het voorvoegsel "jeugd-" onderscheiden van "kinder-", waarbij het eerste betrekking heeft op iets oudere kinderen.

    • Eerste Hulp verlenen: vijf belangrijke punten

      Wanneer u te maken krijgt met een ongeval moet u ervoor zorgen dat zijn toestand niet verslechtert. Verder is het van wezenlijk belang dat u niet in paniek raakt. 

      Kalm blijven en proberen snel inzicht te krijgen in de situatie is de basis waarop deskundig eerste hulp verleend kan worden.

      Elke situatie waarin eerste hulp moet worden verleend, is weer anders, maar telkens komen de volgende vijf punten aan de orde:

      • Let op gevaar
      • Ga na wat er gebeurd is en daarna wat het kind mankeert
      • Stel het kind gerust en zorg voor beschutting
      • Zorg voor professionele hulp
      • Help het kind op de plaatst waar het ligt of zit
    • Preventie: maatregelen om de veiligheid van de kinderen te vergroten

      We kunnen van kinderen niet verwachten dat deze voor hun eigen veiligheid zorgen. Ze zien nog onvoldoende gevaren en overzien de gevolgen van hun handelingen niet.

      U kunt niet alle ongevallen voorkómen, maar wel veel maatregelen nemen die de veiligheid van het kind vergroten.

      De tips en aandachtspunten in dit hoofdstuk pretenderen geen volledigheid en zeker geen garantie. Veel valt of staat met de aandacht die u zelf heeft of kan hebben voor de genomen maatregelen. 

      Het monteren van het traphekje helpt niet als u het niet consequent op de juiste wijze dicht doet. 

      Ook het onderschatten van de onderzoeksdrang van het kind kan onveilige situaties in de hand werken

    • Kindermishandeling en eerste hulp

      Het kan voorkomen dat een eerstenhulpverlener in zijn directe omgeving regelmatig letsel ziet bij een en hetzelfde kind. 

      Dit kan toeval zijn, maar er kan ook sprake zijn van lichamelijke mishandeling.

      De gevolgen van kindermishandeling zijn nauwelijks in woorden te vatten. 

      Een kind dat slachtoffer is (of is geweest) van kindermishandeling draagt dit zijn hele verdere leven mee.

    • Stoornissen in het bewustzijn

      Kinderen kunnen voor korte of langere tijd het bewustzijn verliezen. Een stoornis in het bewustzijn kan erop duiden dat de hersencellen te weinig zuurstof krijgen. 

      Bewustzijnsverlies kan geleidelijk ontstaan. Het kind maakt toenemend een suffe indruk, kan kreunen, jammeren of onsamenhangend praten. Het kijkt ook niet gericht. Schakel bij vermindering of verlies van het bewustzijn altijd direct professionele hulp in.

      Zuurstofgebrek geeft als eerste stoornissen in het bewustzijn. Daarom begint u altijd met het vaststellen of het kind bij bewustzijn is of niet. Dit doet u door het kind aan te spreken. 

      Als u geen reactie krijgt, schudt u het kind voorzichtig aan de schouders en vraag luid, bijvoorbeeld, ‘Gaat alles goed?’. Schud het kind niet bij een mogelijk wervelletsel

    • Stoornissen in de ademhaling

      Een kind kan ongeveer één minuut zonder zuurstof normaal functioneren. Er is dan nog genoeg zuurstof in de longen en bloedsomloop aanwezig. Daarna raakt de reservehoeveelheid zuurstof uitgeput. 

      De hersenen reageren het eerst en er treedt bewustzijnsverlies op. Huid en slijmvliezen (zoals mondholte en tong) krijgen een blauwachtige kleur. Naarmate dit langer duurt, komt ook het hart tot stilstand (circulatiestilstand).

      De ademhaling kan normaal, bedreigd, onvoldoende of afwezig zijn. U kunt aannemen dat de ademhaling normaal is wanneer u geen gierende geluiden hoort en de buik en/of borst van het kind regelmatig op en neer gaan. 

      Een normale ademhaling kan bedreigd zijn: het kind ademt normaal, maar er kunnen stoornissen of letsels zijn waardoor de ademhaling gestoord kan raken, bijvoorbeeld wanneer het kind bewusteloos is.

      De ademhaling is onvoldoende of afwezig wanneer buik en/of borst van het kind niet, of minder dan 10 keer per minuut op en neer gaan en er geen, of slechts af en toe, een luchtstroom bij de mond en neus voelbaar is.

    • Stoornissen het bewustzijn en de ademhaling

      Begin, na de vaststelling dat het kind bewusteloos is en de ademhaling niet normaal, onmiddellijk met 5 beademingen.

      Vervolg daarna in een tempo van 100 keer per minuut met 15 borstcompressies en wissel af met 2 beademingen. 

      Reanimeer als u alleen bent eerst 1 minuut en bel dan pas 1-1-2.Neem het kind zo mogelijk mee, als de telefoon niet in de buurt is.

      Een uitzondering is een kind met een hartafwijking. Wanneer een kind plotseling bewusteloos raakt en geen of nauwelijks ademhaling heeft, belt u eerst 1-1-2 en begint daarna met de 15 borstcompressies en de 2 beademingen.

      Bij een circulatiestilstand pompt het hart geen bloed meer rond. Bij een kind wordt een circulatiestilstand bijna altijd veroorzaakt door ernstige problemen met de ademhaling (bijvoorbeeld ernstige longontsteking, verslikking, verdrinking).

      In het Oranje Kruis Boekje wordt geleerd dat reanimatie bij kinderen op dezelfde manier gaat als bij volwassenen. Een reanimatie van een kind is zeldzaam. Belangrijk is dat tijdig begonnen wordt met het reanimeren. Door uitzonderingen op te nemen voor kinderen kan de start van de reanimatie vertraagd worden.

      In deze cursus, die gericht is op eerstenhulpverleners die veel met kinderen te maken hebben, wordt aangeleerd om met 5 beademingen te starten. Zuurstofgebrek is immers meestal de oorzaak van de circulatiestilstand.

      Een snelle start van de reanimatie, of dat nu met beademen of met borstcompressies is, leidt tot een grotere overlevingskans. Wanneer u moeite heeft met de overgang tussen borstcompressies en beademing kunt u ook de verhouding 30:2 aanhouden.

    • Actieve bloedingen

      Een kind dat te maken krijgt met ernstig uitwendig bloedverlies, raakt meestal overstuur door de pijn en het bloed dat het ziet. Het kind lijkt nauwelijks benaderbaar. Toch is directe actie noodzakelijk om levensreddend te kunnen zijn. 

      Kinderen hebben namelijk een veel kleiner circulerend volume. Een kind van 10 kg heeft slechts 800 cc bloed en een verlies van 250 cc komt overeen met 30% van het volume.

    • Uitwendige wonden

      Op basis van uw eigen beoordeling moet u beslissen of u een wond zelf kunt behandelen, of dat u tijdelijk maatregelen treft om erger te voorkomen en de verdere behandeling overlaat aan de professionele hulpverlening.

      Wonden die u zelf kunt behandelen zijn snijwondjes, schaafwondjes en splinterverwondingen. 

      De grotere wonden, diepe wonden, vuile wonden (bijvoorbeeld bijt/scheur/krabwonden) en de ernstige bloedende wonden moeten, nadat u eerste hulp verleend, door professionele hulpverleners behandeld worden

    • Brandwonden

      De meest voorkomen de oorzaken van brandwonden bij kinderen zijn verbrandingen door hete vloeistoffen en verbranding door contact met hete objecten en vuur. 

      Voorbeelden zijn: de peuter die zich probeert op de trekken aan het kleedje van de salontafel, waar net ingeschonken thee/koffie staat. Of de vierjarige die haar moeder helpt met koken.

      Staande op een kruk of stoel haar evenwicht verliest en de hand verbrandt aan de elektrische kookplaat. Of het jongetje van zes dat goed bedoeld thee op bed brengt, maar bij het openen van de slaapkamerdeur het theeblad scheef houdt, waardoor de hete thee op zijn been terechtkomt.

      Maar ook buiten schuilt gevaar, en niet allen bij het vuurtje stoken, het sap van de berenklauw bijvoorbeeld, dat vrijkomt bij kneuzing van blad of stengel, kan vervelende brandplekken veroorzaken. 

      Verder kunnen ook chemische stoffen brandwonden veroorzaken.

    • Ontwrichting & Botbreuken

      Ontwrichting

      Bij kinderen kan een ontwrichting ontstaan door een korte ruk aan de armen, zoals tussen twee personen in het kind rond laten zwieren (de bekende zondagsarmpjes) of door het aan de armpjes op te tillen als het uit bed of de box komt. 

      Een ander voorbeeld is een bal hard op de vingers krijgen. Dit kan ontwrichting van een vinger geven.

      Botbreuken

      De belangrijkste oorzaken van een botbreuk bij een kind zijn vallen (van de commode, uit een klimrek, van de trap) en verkeersongevallen.
      Bij een gesloten botbreuk is het bot gebroken maar de huid rondom intact.

      Bij een open botbreuk is er een wond in de omgeving van de breuk en soms steekt een deel van het gebroken bot door de huid naar buiten 

    • Kneuzing en verstuiking

      Kneuzing en verstuiking zijn een beschadiging van spieren en bindweefsel tussen huid en bot, door een slag of stoot, of door een geforceerde beweging van een gewricht.

      Kneuzingen kunnen bij kinderen over het gehele lichaam voorkomen. 

      Ze variëren van een blauwe plek (onderhuidse bloeding) tot een zwelling. De meest voorkomende verstuiking zijn die van de enkel en de pols.

    • Oogletsel

      Er zijn verschillende oorzaken voor het ontstaan van oogletsel. 

      • Het kind kan zand in de ogen krijgen tijdens het spelen in de zandbak, of vliegjes tijdens het fietsen. 
      • Het kind kan ongelukkig vallen en een vinger van een ander kind in het oog krijgen. 

      Alles wat meer is dan een vuiltje in het oog moet worden beschouwd als ernstig oogletsel.

    • Vergiftiging

      Ondanks het goed opbergen van schadelijke stoffen en de veiligheidssluitingen op de flessen en potten, kunnen kinderen toch in aanraking komen met schadelijke stoffen.

      Denk aan medicijnen, tabak, giftige bessen en planten, giftige paddenstoelen of giftige kamerplanten.

      Het is niet altijd makkelijk te ontdekken dat een kind iets heeft ingenomen. Vergiftigingsverschijnselen zijn gevarieerd en lang niet altijd direct herkenbaar.

    • Elektriciteitsongevallen

      Kinderen kunnen een elektrische schok krijgen als ze met een metalen voorwerp in het stopcontact prikken, in snoeren knippen of bijten of water op elektrische apparaten gooien.

      De schade hangt af van de spanning, de stroomsterkte en de weg die de stroom door het lichaam kiest. Stroom die door de hersenen gaat, veroorzaakt bewusteloosheid en soms stilstand van de circulatie of van de ademhaling. Verder kan stroom brandwonden veroorzaken.

    • kinderziekten

      Veel ziekten komen voortdurend voor onder de bevolking en zijn zo besmettelijk dat kinderen bij een eerste contact de ziekte krijgen. Daarom worden ze kinderziekten genoemd.

      Het lichaam vormt bij het eerste contact antistoffen, waardoor de ziekte zelden of nooit een tweede keer bij dezelfde persoon voorkomt.

      Bijna ieder kind heeft wel eens vlekjes of blaasjes op de huid. Vaak betreft het één van de bekende kinderziekten.
      Deze ziekten zijn meestal het gevolg van een besmetting met een virus of bacterie.

      Virale kinderziekten zijn:

      • bof, mazelen, rode hond, vijfde ziekte, waterpokken en zesde ziekte.

      Bacteriële kinderziekten zijn: 

      • kinkhoest, hersenvliesontsteking en roodvonk.

      De tijd tussen het binnendringen van de ziektekiemen en de eerste ziekteverschijnselen noemen we de incubatietijd. Infecties met bacteriën kunnen doorgaans bestreden worden met medicijnen.

      Tegen virussen bestaan geen geneesmiddelen, het lichaam moet dit zelf oplossen